schoonebeek


gymnastiekuitvoeringen in de Wolfshoeve eerste boortorenwandeltocht 1957

De Hervormde Gemeente Schoonebeek omvat de plaatsen Oud- en Nieuw-Schoonebeek en Weiteveen en de buurtschappen Zandpol, Padhuis en Vlieghuis. Dommerskanaal kreeg in de zeventiger jaren bijzondere aandacht vanuit Schoonebeek; het behoorde soms gedeeltelijk tot de Hervormde Gemeente* .
Het kerndorp is Oud-Schoonebeek (het eigenlijke Schoonebeek), bestaande uit de buurtschappen Koelveen, Oostersebos, Middendorp, Kerkeind en Westersebos* . Oud-Schoonebeek was een tijd lang een echt Hervormd dorp; later kwamen er een Gereformeerde kerk, en in de vijftiger jaren – met de toeloop van N.A.M.-personeel – ook een Katholieke kerk bij.
Nieuw-Schoonebeek is een dorp met een overwegend katholieke en agrarisch gerichte bevolking. Het dorp ontstond na 1800, toen boeren uit het Duitse Munsterland naar deze streek trokken. Nieuw-Schoonebeek is vanaf het begin totaal verschillend geweest van het protestantse Oud-Schoonebeek, qua familiebanden, taal en levensovertuiging. De Hervomde gemeente in Nieuw-Schoonebeek telt naar verhouding weinig leden. Er is geen Hervormd kerkgebouw aanwezig.
In tegenstelling tot Oud- en Nieuw-Schoonebeek vestigden zich in Weiteveen veenarbeiders. Dezen kwamen van elders uit Drenthe en uit de omliggende provincies, waar de vervening ten einde liep* . Weiteveen werd eerder Nieuw-Schoonebekerveld, Schoonebekerveld of ook wel “het Veld” genoemd. Hier werd door evangelisten, nauw verbonden met de hervormde gemeente Schoonebeek, gewerkt aan de pastorale en ook sociale zorg voor de veenarbeiders, die vanwege de afstand, de vaak onbegaanbare wegen en een gebrek aan “zondagse kleding”, veelal niet naar de diensten in Oud-Schoonebeek konden komen* . Ook Weiteveen kent nu een overwegend katholieke bevolking, maar er is een goede verhouding met de protestantse m edebewoners* . De hervormde gemeenschap te Weiteveen heeft altijd vrij zelfstandig gefunctioneerd binnen de hervormde gemeente Schoonebeek en werd ook wel “wijkgemeente” genoemd, al is hij geen op zichzelf staande wijkgemeente geworden. Weiteveen maakt deel uit van de kerkenraad van de hervormde gemeente Schoonebeek en valt financieel ook onder de eindverantwoordelijkheid van Schoonebeek.
Predikanten

In 1598 verklaarde pastoor Hermannus Bredewech (of Latavianus) tot de Hervorming over te gaan. Hij werd op 12 september 1601 voor de tweede maal geëxamineerd en vervolgens aangenomen als de eerste Hervormde predikant in (Oud-)Schoonebeek* .
Het recht op de predikantsbenoemingen, het zogenaamde collatierecht, berustte in de tijd voor de Reformatie bij de eigenaren van de havezate De Klencke te Oosterhesselen. Later werd het collatierecht daarvan vervreemd en kwam het toe aan verschillende personen. In 1690 was Gerhard baron Sloet tot Singraven (Overijssel) leenbezitter van het collatierecht van Schoonebeek. Deze droeg het in 1699 weer over aan Rutger van Dongen tot De Klencke. Volgens landsdagbesluit van 5 maart 1700 werd de landschapscollatie van Oosterhesselen verwisseld met die van Schoonebeek en sindsdien oefende de Landschap Drenthe het recht van benoeming van de predikant uit* . Aan het einde van de negentiende eeuw is het collatierecht opgeheven.
Om in zijn levensonderhoud te voorzien diende de predikant zich niet alleen met kerkelijke, maar ook met wereldlijke zaken bezig te houden. Tot 1811 waren de predikanten verplicht de doop-, trouw-, en lidmaatsboeken bij te houden. Ook hielden zij meestal de overlijdensboeken bij, omdat een deel van hun inkomen verkregen werd via overlijdenspredikaties. Deze stamden af van de vroegere overlijdensmissen, een voor-reformatorische gewoonte die met Hermannus Bredewech mee was gegaan, zij het in een ander jasje gestoken.
Een andere bron van inkomsten waren de pachten. Aanvankelijk werden deze vaak in natura geleverd, later werden ze veelal omgerekend in een vaste geldwaarde. De predikanten hadden de extra inkomsten uit de pachten hard nodig. Sommige pachten hebben heel lang bestaan, zoals de mei- en midwinterpacht, die nog in 1965 op drie boerderijen in Schoonebeek rustte. Van een van deze drie boerderijen werd de pacht bij de aankoop van de boerderij door de gemeente Schoonebeek afgekocht. In 1980 betaalde nog één bedrijf de roggepacht* .
Het gehoorzaamheidsgeld bestond ook in Schoonebeek. Het was vóór de Reformatie een vrij bedrag dat men aan de pastoor betaalde voor de deelname aan de mis. Later werd het een vast te betalen bedrag aan de predikant. Ook in Schoonebeek gold het gebruik van de “ijzeren koeien” – twee koeien, die de predikant bij zijn intrede in de kerkelijke gemeente kreeg (dit in tegenstelling tot elders in Drenthe, waar een geldsom werd verstrekt waarvoor de predikant de koeien kon kopen). Bij zijn vertrek droeg hij ze over aan zijn opvolger, als zekere garantie voor zijn levensonderhoud en inkomen. Het gebruik bestond nog tot in deze eeuw en komt nog voor op de leggers van het predikantsinkomen*
In Weiteveen bestond sinds 1929 de functie van hulpprediker. Hoewel men graag twee predikantsplaatsen in Schoonebeek vervuld had gezien, is dat er niet doorgekomen en kent men voor Schoonebeek een predikant en voor Weiteveen een hulppredikant.
Kerk- en verenigingsgebouwen

In 1419 wordt in Oud-Schoonebeek over een kerk gesproken, gewijd aan de heilige Nicolaas* . De kerk heet vóór de Reformatie Sint Nicolaaskerk, daarna Nicolaaskerk. In 1927 werd een nieuwe kerk in gebruik genomen. De oude Nicolaaskerk is pas in 1952 afgebroken, wat de aparte situatie gaf dat Oud-Schoonebeek een tijdlang twee hervormde kerken in zijn dorpsbeeld kende.

In Schoonebeek gebruikte men in het verleden de consistoriekamer, die aan de oude pastorie gebouwd was, als vergaderruimte voor de jeugdverenigingen en voor de catechesatie. Na 1945 werd deze ruimte te klein en de Hervormde Kerk betrok het oude noodkantoor van de Nederlandse Aardolie Maatschappij voor het jeugd- en verenigingswerk. In 1968 kon een nieuw hervormd Verenigingsgebouw, het Aikes Tallenhuis, in gebruik worden genomen, dankzij een aanzienlijke subsidie van de gemeente Schoonebeek en een royale gift van mevrouw Aikes-Tallen* .
In 1925 werd met behulp van de Evangelisatievereniging te Nieuw-Schoonebekerveld in het huidige Weiteveen een houten kerkje opgericht, dat Eben Haëzer (“tot hiertoe heeft de Here geholpen”) werd genoemd. Het deed dienst tot 1929, toen het door een windhoos met de grond gelijk werd gemaakt. Het werd weer opgebouwd en fungeerde vervolgens tot 1933, in welk jaar een stenen kerkje werd gebouwd. Ook de stenen kerk is weer vervangen. In 1964 kwam het Hervormd Kerk- en Verenigingsgebouw of Wijkgebouw ‘Eben Haëzer’ te Weiteveen gereed, dat behalve aan kerkdiensten ook onderdak geeft aan tal van activiteiten van de hervormde gemeenschap van Weiteveen* .