aangifte van het recht van successie der nalatenschap van wijlen mejufvrouw Johanna de Graaf Grims

Wij ondergeteekende; Catharina Hendrika Schuman geen beroep uitoefenende, ongehuwd, Maria Johanna Schuman, geen afzonderlijk beroep uitoefenende, gehuwd met en in dezen bijgestaan en gemachtigd door den mede onderteekende Maarten van Hove van bedrijf smid; en Abraham Spruijt Schuman Meester timmerman allen wonende in de gemeente Serooskerke; aldaar domicilie kiezende in het huis gemerkt nummer 75,

verklaren

dat op den achttienden Mei 1800 zeventig, in de gemeente Serooskerke is overleden mejufvrouw Johanna de Graaf Grims in leven zonder beroep in genoemde gemeente woonachtig, weduwe van wijlen de heer Johannes Beerta Schuman, hebbende geene meer van kracht zijnde Uiterste wilsbeschikkingen nagelaten.

dat de genoemde overledene als erfgename van het beschikbaar gedeelte der nalatenschap van wijlen genoemden heer Johannes Beerta Schuman overleden in de gemeente Serooskerke den elfden Mei 1800 drieenzeventig, ingevolgen de Uitersten wil van dien erflater verleden voor den notaris Pieter van de Graft den 7den Augustus 1845 na het overlijden des testateurs geregistreerd, gerechtigd was voor een vierde gedeelte in de aan gezegden heer Schuman toekomende helft in de gemeenschappelijken eigendom van de navolgende onroerende zaken te weten;

1elijk zes Hectaren, zesendertig Aren en dertig Centiaren bouw en weilland en tuin, gelegen in de gemeente Poortvliet, eiland Tholen, bij het kadaster bekend in Sectie G, Nummer 88 en 89, 154, 154bis, 155, 156, 156 bis en 156 ter, 210, 210 bis en 211,

ten 2den een vierde gedeelte in het zakelijk recht van tiendheffing, voor de invoering van het Nederlandsch Burgerlijk Wetboek, ingesteld; op verschillende landerijen gelegen in Scherpenisse eiland Tholen, in de afdeeling of polder Westkerke, volgens de plaatselijke benaming aangewezen als de tiendblokken; Cijshoek, Arendpersenhoek, Arendhendrikshoek, Geesteputshoek, Poppeland, Noordwijshoek, Zuidwijshoek, Schetegaard, Perenhoek, Steenhoek, Polderhoek en Noordmatthijshoek;

ten 3e een vijfigste gedeelte in gelijk recht tot tiendheffing op verschillende landerijen mede gelegen in Westkerke, gemeente Scherpenisse, plaatselijk aangewezen als uitmakende, de navolgende tiendblokken, te weten Babbeweelhoek, DankerJacobshoek, Jan van Ritlandshoek, Abeelhoek,Huigaartsenhoek, Jorenshoek, Jan Leinde of Kievitshoek, Oost en West Matthijshoek en

ten 4e; zeven vijfentiwintigste aandeelen in gelijk recht tot tiendheffing, op verschillende landerijen gelegen in de gemeente Scherpenisse uitmakende de tiendblokken genaamd: Hoenderhoek: Spaansehoek: Beenenhoek, Driehoeken, Terlede: kleine krenge : Halve groote krenge, Wolfshoek en Gasthuishoek.

dat, overigens geene onroerende zaken tot de nalatensschap van weilen Mejufvrouw Johanna de Graaf Grims behooren

dat die nalatensschap uit kracht van de wet alleenlijk wordt geerfd en verkregen, door de drie nagelaten kinderen van bovengenoemde overledene geboren uit haar huwelijk met voormelden heer Johannes Beerta Schuman, zijnde wij ondergeteekende Catharina Hendrika = Maria Johanna=Abraham Spruijt Schuman ieder onze voor een derde gedeelte

en eindelijk dat de Jufvrouw erflaatster geene goederen als bezwaarde erfgenaam of in vrucht gebruik bezat en dat door haar overlijden geene periodieke uitkeeringen bij opvolging zijn overgegaan of zijn vervallen.

aldus gedaan en onderteekend in de gemeente Serooskerke, den vijfde October 1800 zeventig

K.H Schuman

M.J Schuman

M van Hoove

A.S. Schuman