Opmerkingen
Het belemmeren van opsporingsactiviteiten werd zwaarder bestraft als de beklaagde een persoon had verborgen, van wie hij wist dat deze zich schuldig had gemaakt aan een misdrijf.33 Femia Maria Zwiers uit De Hare (gemeente Coevorden) verborg op 10 januari 1917 de voortvluchtige Willem Hinderiks onder een bedstede in haar woning, terwijl ze ervan op de hoogte was dat de politie hem zocht in verband met de diefstal van stukken ijzer van het fabrieksterrein van Jacob van Joolen. De vrouw werd veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf.34 Hinderiks ontsprong de dans evenmin. Hij moest een celstraf uitzitten van een half jaar.35